Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:519.
Voor zover voor de beoordeling van het onderdeel van belang, vloeit uit het samenspel tussen art. 149 lid 1 Rv en art. 150 Rv het volgende voort . Op de verzoekende partij (c.q. de eiser) rust een stelplicht: zij dient alle feiten te stellen die benodigd zijn voor het intreden van het door haar beoogde rechtsgevolg en deze feitelijke stellingen tevens voldoende concreet te onderbouwen . Heeft de verzoekende partij (c.q. de eiser) aan haar stelplicht voldaan, dan hoeft zij de door haar gestelde feiten slechts te bewijzen (art. 150 Rv), wanneer de gedaagde deze feiten in voldoende mate heeft betwist (waardoor deze feiten niet als vaststaand kunnen worden aangemerkt; zie art. 149 lid 1 Rv) . Hoewel de gedaagde partij niet de bewijslast draagt van de feiten die zij ter motivering van haar betwisting aanvoert , is het wel aan haar om de door de wederpartij gestelde feiten voldoende gemotiveerd te betwisten. Of hiervan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e53a8d5ba3bdd9386cd9cf74a47aee1510c8bdcacf2d21396f7a6e9cbc62fefa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e53a8d5ba3bdd9386cd9cf74a47aee1510c8bdcacf2d21396f7a6e9cbc62fefa, en de alinea staat in dat document op bytes 45810 tot 47164.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e53a8d5ba3bdd9386cd9cf74a47aee1510c8bdcacf2d21396f7a6e9cbc62fefa | shasum -a 256