Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Onder 3.7 ’ Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:52.

’s Hofs uitleg van art. 10a(3) Wet Vpb maakt de tegenbewijsregeling zinloos. Renteaftrek zou ook voor onzakelijke rechtshandelingen altijd mogelijk zijn bij indirecte externe financiering. Dat staat haaks op doel en strekking van art. 10a Wet Vpb en miskent de plaats die de tegenbewijsmogelijkheid daarin heeft. Uiteindelijke (parallelle) externe financiering is volgens de Staatssecretaris niet meer dan een belangrijke aanwijzing voor de zakelijkheid van de financiering . In casu is weliswaar zonder externe lening geen interne lening mogelijk, maar het omgekeerde geldt niet: de externe lening was er ook als er geen interne lening zou zijn. Dit volgt rechtstreeks uit de feitelijke vaststelling dat de interne lening onderdeel uitmaakt van de U-bocht in de route tussen de extern door [C] ingeleende gelden en de extern door [E] uitgezette gelden. Hieruit volgt dat de externe lening niet samenhangt met enige reële financieringsbehoefte in Nederland en dat de externe lening dus niet de vereiste samenhang heeft met de interne lening. Juist die samenhang bepaalt mede of de door de wetgever bedoelde parallellie tussen beide leningen bestaat. Is die samenhang er niet, dan is ook geen sprake van parallellie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 60388 tot 61688.