Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:52.

Marres leidt ten onrechte uit r.o. 2.7.3 van HR BNB 2016/197 af dat bij uiteindelijk externe financiering art. 10a Wet Vpb geen toepassing kan vinden. De tekst van het eerste lid leidt niet tot die conclusie en de strekking van de passage uit de parlementaire behandeling die door u in r.o. 2.7.3. wordt aangehaald, is ook anders: de werking van 10a(1) Wet Vpb wordt uitgebreid tot gevallen die op het eerste gezicht niet onder art. 10a Wet Vpb vallen, maar wel in materiële zin. De renteaftrekbeperking geldt reeds indien de rente direct verschuldigd is aan een verbonden lichaam, zoals in casu. Dat de rente uiteindelijk verschuldigd is aan een externe geldverstrekker is van belang bij de dubbele zakelijkheidstoets van het derde lid, met name bij de beoordeling of de wijze van financieren zakelijk is, hetgeen in de regel bij externe financiering het geval zal zijn. Van belang blijft echter ook of aan de met de schuld samenhangende rechtshandeling in overwegende mate een zakelijk belang ten grondslag ligt. Dit wordt bevestigd door het gegeven dat de uiteenzetting over schuldparallellie is gegeven in de toelichting op het derde lid van art. 10a Wet Vpb en niet in die op het eerste lid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 67297 tot 68507.