Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:52.

De belanghebbende had op 1 januari 2008 een schuld aan de met haar verbonden [C] ( [C] ) ad € 191 miljoen. Zij heeft bij het Hof een verklaring overlegd van een trader van [A] waaruit volgens haar blijkt dat [C] dat geld parallel van derden heeft ingeleend. De belanghebbende heeft het geld als kapitaal gestort in een deelneming, ofwel in augustus 2005 in haar deelneming [H] , ofwel in 2007 in haar deelneming [L] . Beide deelnemingen hebben kennelijk hun kapitaal gebruikt om (uiteindelijk) leningen te verstrekken aan de groepsmaatschappij [E] , die op haar beurt leningen aan derden heeft verstrekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 15560 tot 16215.