Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017
Onder 5.8 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:52.
Wij menen dat de Hoge Raad met onderhavig arrest en het Mauritius-arrest recht heeft gedaan aan de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever bij de invoering van art. 10a Wet VPB 1969. (…) Na de aanscherping van de fraus-legisjurisprudentie van de Hoge Raad is met art. 10a Wet VPB 1969 een sterk wapen voor de fiscus in de wet gekomen, waarmee gekunstelde constructies met concernleningen aan banden wordt gelegd. In het Mauritius-arrest hebben we vooral gezien dat dit een krachtig wapen is en in onderhavig arrest zien we dat de belastingplichtige niettemin via de tegenbewijsmogelijkheden toch ook zeker mogelijkheden heeft zich hiertegen in rechte te verzetten.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 123008 tot 123694.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4 | shasum -a 256