Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:52.

Uit de voorgaande passages [de bovenstaande en die in 4.4 en 4.6; PJW] kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de wetgever heeft beoogd feitelijk van derden ingeleende gelden niet onder het toepassingsbereik van art. 10a Wet VPB 1969 te brengen. Daarmee is de dubbele zakelijkheidstoets van art. 10a lid 3 onderdeel a Wet VPB 1969 (in dergelijke situaties) de facto teruggebracht tot een enkelvoudige toets: kan de lening die afkomstig is van een verbonden lichaam of een verbonden natuurlijke persoon, materieel worden “gelinkt” aan een financiering van een derde? Is dat het geval, dan is (on)zakelijkheid van de rechtshandeling dus in het geheel niet van belang.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13b894fae9244fcf2ed7e4f878b6bc304fe3a74beedd343896930465b562ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 136084 tot 136781.