Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

Bezien vanuit de tussen De Alternatieve en [verweerders] gevoerde procedures, is [eiser 2] te beschouwen als een derde. [eiser 2] trad nl. niet zelf in die procedures op ter verdediging van rechten van hemzelf. Het feit dat hij inmiddels ook formeel bestuurder van De Alternatieve was geworden en hij ook anderszins belanghebbende bij die vennootschap was, maakte hem niet tot partij in de procedures. Ook artikel 236 lid 2 Rv was en is niet op hem van toepassing. Het onrechtmatige handelen van [eiser 2] jegens [verweerders] acht het hof in de eerste plaats hierin gelegen dat [eiser 2] [verweerders] tot het aangaan van de koopovereenkomst met De Alternatieve heeft bewogen onder verzaking van zijn plicht om hen van zijn belang in De Alternatieve in kennis te stellen en in de wetenschap dat [verweerders] de koopovereenkomst aangingen zonder kennis van dat belang te hebben (rov. 21). Het hof acht het onrechtmatig handelen van [eiser 2] jegens [verweerders] verder gelegen in het bewerkstelligen niet alleen dat De Alternatieve de koopovereenkomst afsloot maar ook dat De Alternatieve in rechte nakoming is gaan vorderen van de koopovereenkomst, terwijl die overeenkomst met de zojuist vermelde achtergrond was tot stand gekomen (rov. 23). [verweerders] hebben de vordering tot nakoming bestreden onder meer met een beroep op bedrieglijk handelen van de kant van De Alternatieve. Ter onderbouwing van dat beroep hebben zij op de zojuist vermelde achtergrond van de totstandkoming van de koopovereenkomst gewezen. In de tussen De Alternatieve en [verweerders] gevoerde procedures is dat beroep uiteindelijk ook gehonoreerd. Dat heeft geleid tot afwijzing van de vordering tot nakoming van De Alternatieve. Het door het hof onbetamelijk geoordeelde gedrag van [eiser 2] in verband met de koopovereenkomst heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de opstelling van [verweerders] tegenover De Alternatieve in verband met de koopovereenkomst. Onder genoemde omstandigheden kan worden geoordeeld dat het zojuist genoemde onrechtmatige gedrag van [eiser 2] als grondslag kan dienen voor het aannemen van een verplichting van hem tot vergoeding van de (buiten)gerechtelijke kosten, die [verweerders] hebben gemaakt in de procedures, die zij in verband met de koopovereenkomst tegen De Alternatieve hebben gevoerd, en waarvoor zij nog geen vergoeding hebben ontvangen. Daaraan staat niet in de weg dat het beroep van [verweerders] op bedrog aanvankelijk niet is gehonoreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 76595 tot 79080.