Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

Van de kant van De Alternatieve en [eiser 2] zijn de nodige verweren tegen de vorderingen van [verweerders] aangevoerd. Sommige verweren betreffen alleen [eiser 2] . Deze laatste verweren houden in: het oordeel van het hof Amsterdam, dat De Alternatieve bedrieglijk heeft gehandeld, bindt [eiser 2] niet en deze heeft zich ook niet aan bedrieglijk handelen schuldig gemaakt; de vordering tegen [eiser 2] is verjaard, althans stuit af op rechtsverwerking dan wel op niet-naleving van de klachtplicht als bedoeld in artikel 6:89 BW. Verweren, die zowel De Alternatieve als [eiser 2] betreffen, komen neer op: er ontbreekt causaal verband tussen het gestelde bedrieglijke handelen en de opgevoerde schade; naast de proceskostenveroordelingen is er geen grond voor vergoeding van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand in de diverse procedures; de opgevoerde schadeposten zijn onjuist; het gestelde bedrieglijke handelen heeft ook tot voordeel geleid, zodat dat voordeel op de voet van artikel 6:100 BW voor verrekening in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18835 tot 19889.