Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.
Met het instellen van een hoger beroep wordt het geschil in eerste aanleg aan de appelrechter voorgelegd. Maar het voor de appelinstantie geldende grievenstelsel brengt mee dat de omvang van het geschil in appel, voor zover het niet betreft vraagpunten die door regels van openbare orde worden beheerst, begrensd wordt door de aangevoerde grieven. Onder grieven wordt naar de thans geldende opvatting begrepen al datgene wat in appel wordt aangevoerd met het oogmerk dat de bestreden uitspraak niet ongewijzigd in stand kan blijven. Het begrip omvat derhalve niet slechts dat wat wordt aangevoerd om aan te tonen dat een beslissing van de rechter in eerste aanleg onjuist is in het licht van wat is gesteld en van wat daarbij rechtens geldt. Onder het begrip grief is mede te begrijpen het ter onderbouwing van een in eerste aanleg al ingestelde vordering of gevoerd verweer aanvoeren van feitelijke en/of juridische gronden, die in verband met de betrokken vordering of het betrokken verweer niet eerder zijn aangevoerd, of het wijzigen van eis. ( ) Voor het aanvoeren van grieven geldt de twee-conclusie-regel of de ‘in beginsel strakke regel’. Deze regel houdt in dat alle grieven niet later dienen te worden aangevoerd dan bij gelegenheid van de in artikel 347 Rv bedoelde conclusie van eis (memorie van grieven) respectievelijk conclusie van antwoord (memorie van antwoord). Er is in beginsel ( ) geen ruimte voor het aanvoeren van grieven of verweren in een later stadium van de appelprocedure. ( ) Hierachter steekt de overweging het door concentratie van het debat bevorderen van een vlot verloop van de appelprocedure. Het gewenste vlotte verloop brengt ook mee dat de aangevoerde grieven en gevoerde verweren ook van een zo volledig mogelijke onderbouwing dienen te worden voorzien. Dat stelt de wederpartij in de gelegenheid om in één weerwoord te reageren. ( ) Een en ander betekent intussen niet dat er geen ruimte is om bij pleidooi de eerder aangevoerde grieven of het eerder gevoerde verweer nader toe te lichten. ( ) Maar wanneer dat toelichten er op neerkomt dat een inhoudelijk nieuwe grief wordt aangevoerd of een inhoudelijk nieuw verweer wordt gevoerd, zal vanwege de hier genoemde twee-conclusie-regel aan die nieuwe grief of aan dat nieuwe verweer moeten worden voorbijgegaan. Of die situatie van een nieuwe grief of van een nieuw verweer zich voordoet staat ter beoordeling van de appelrechter. Diens oordeel vormt, cassatietechnisch gezien, een feitelijk oordeel dat in cassatie slechts in beperkte mate voor toetsing in aanmerking komt. ( ) Ook los van de twee conclusie-regel kunnen de eisen van een goede procesorde er aan in de weg staan dat dat wat bij pleidooi alsnog wordt aangevoerd buiten aanmerking wordt gelaten. Daartoe zal vooral aanleiding bestaan in geval dat de wederpartij geen redelijke mogelijkheid van het voeren van een weerwoord heeft. ( )
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 26222 tot 30024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9 | shasum -a 256