Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

Met zijn oordeel in rov. 7 dat de twee-conclusie-regel meebrengt dat de appelrechter in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan in de memorie van grieven dan wel in geval van een incidenteel appel in de memorie van antwoord worden aangevoerd, geeft het hof, gelet op wat hiervoor in 3.5 is opgemerkt, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover er over wordt geklaagd dat het hof in rov. 7 van oordeel is dat genoemde regel ook in de weg staat aan het uitbouwen of nader onderbouwen van een reeds bestaande grief, mist die klacht feitelijke grondslag. Dat oordeel valt in rov. 7 zelf niet te lezen. Kortom, voor zover onderdeel 2.1 er toe strekt rov. 7 te bestrijden, treft het onderdeel geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 30103 tot 30858.