Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

De verklaring in het verzoekschrift van 17 november 2003 legt het hof in rov. 12 zo uit dat daaruit blijkt dat [verweerders] wel op 17 november 2003 de voor het aanvangen van de verjaringstermijn vereiste bekendheid met de schade en de persoon, die de schade heeft veroorzaakt, hadden, maar niet al op 28 april 2003. Wellicht was er op dat moment daaromtrent wel al een vermoeden, maar dat is niet voldoende om de verjaringstermijn al te laten gaan lopen. In rov. 13 geeft het hof te kennen dat het ook bij een beschouwing van beide verklaringen in onderling verband niet tot een ander oordeel komt. Verder besluit het hof in rov. 13 tot het passeren van het bewijsaanbod van De Alternatieve c.s. en in de slotzin van rov. 13 besluit het hof – in vervolg op rov. 7 – om de door De Alternatieve c.s. in appel bij pleidooi naar voren gebrachte nieuwe stellingen omtrent de bekendheid [verweerders] met de schade en de veroorzaker daarvan vóór 28 april 2003 buiten beschouwing te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 36688 tot 37691.