Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.28.1 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

Deze klachten stuiten op het volgende af. In met name rov. 26 geeft het hof nader aan waarin volgens het hof het laakbare van het gedrag van [eiser 2] in ieder geval is gelegen. Het hof neemt daar aan dat het gedrag van [eiser 2] bij het tot stand brengen van de koopovereenkomst in ieder geval hieruit heeft bestaan, dat [eiser 2] het sluiten door [verweerders] van de koopovereenkomst met De Alternatieve als koper heeft laten plaatsvinden in de wetenschap dat [verweerders] niet van zijn rol daarbij afwisten, te weten dat hij ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst een belang had bij De Alternatieve, de kopende partij, – door het hof aan het slot van rov. 25 aangemerkt als een voor [verweerders] relevant gegeven – en dat hij bovendien ook degene was die aan de kant van De Alternatieve de koopovereenkomst feitelijk tot stand bracht. Zeker in het licht van het in onwetendheid laten van [verweerders] van diens rol hoewel – zoals hierboven toegelicht – spreken geboden was, valt het gedrag van [eiser 2] bij het sluiten van de koopovereenkomst al als laakbaar en daarmee als onrechtmatig aan te merken. Daarmee vervalt voor het beantwoorden van de vraag of [eiser 2] jegens [verweerders] onrechtmatig heeft gehandeld het belang van de vaststelling of het gedrag van [eiser 2] geheel, dus ook voor wat het vereiste van misleiding betreft, voldoet aan de – in artikel 3:44 lid 3 BW voorkomende – beschrijving van bedrog. Ook al zou de opzet tot misleiding in de zin van artikel 3:44 lid 3 BW niet zijn vastgesteld, dan nog kan er van onrechtmatig handelen van [eiser 2] jegens [verweerders] worden gesproken. Intussen valt op te merken dat, doordat [eiser 2] [verweerders] in hun onwetendheid omtrent de het belang van [eiser 2] bij De Alternatieve heeft gelaten hoewel er voor hem een gehoudenheid bestond om hen over dat belang in te lichten, de laakbaarheid van het gedrag van het gedrag van [eiser 2] niet in grote mate onderdoet voor de aan bedrog te verbinden laakbaarheid. Hij onthield daarmee hen de voor hen van belang zijnde mogelijkheid om zich erover te beraden of het vanwege diens betrokkenheid bij De Alternatieve wel aanbeveling verdiende met De Alternatieve als koper in zee te gaan. Dat wordt niet anders, wanneer dat beraden wellicht hierin zou hebben geresulteerd dat [verweerders] toch de koopovereenkomst met De Alternatieve zouden hebben gesloten of dat de in september/oktober 1997 overeengekomen koopprijs naar de toenmalige maatstaven de hoogst haalbare opbrengst was. Overigens staat ten aanzien van de met tussenkomst van [eiser 2] afgesloten koopovereenkomst vast – zie hierboven sub 1.3 –, dat zij slechts mondeling is afgesloten en dat daarbij geen duidelijke afspraken over het tijdstip van afname van de percelen en betaling van de koopprijs zijn gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 54401 tot 57235.