Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:522.

Onderdeel 4 van het incidentele cassatiemiddel noopt evenwel de vraag onder ogen te zien of de zojuist in 3.36 verwoorde slotsom ook ten opzichte van [eiser 2] stand houdt. Hij was geen procespartij in de tussen De Alternatieve en [verweerders] gevoerde procedures. Moet dan niettemin worden aangenomen dat ook hij pas aansprakelijk kan worden gehouden voor de (buiten)gerechtelijke kosten, die [verweerders] in verband met de procedures tegen De Alternatieve hebben gemaakt en waarvoor hen geen proceskostenvergoeding is toegekend, nadat in rechte is vastgesteld dat het voeren van de procedures tegen [verweerders] misbruik van recht of onrechtmatig jegens hen was? Of kan de aansprakelijkheid van [eiser 2] voor de genoemde proceskosten ook op grond van een ander onrechtmatig handelen worden gebaseerd? Zo ja, dan betekent dat dat het niet in stand kunnen blijven van het door het hof in rov. 30 uitgesproken oordeel [eiser 2] mogelijk toch niet baat. Dat laatste zal het geval zijn wanneer de aansprakelijkheid van [eiser 2] voor de proceskosten van [verweerders] op een andere grond valt aan te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a570c477ff66d58330db8ede056b133e4f8a4a21c6dd16d766e135f59eda26f9, en de alinea staat in dat document op bytes 71091 tot 72211.