Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 2.62. Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:523.

De klacht in subonderdeel 5.1 is gericht tegen rov. 3.1 van de tussenbeschikking. De rechtbank heeft hierin overwogen dat [verweerster 2] niet-ontvankelijk is in haar beroep, omdat de beschikking van 9 juli 2015 van de rechter-commissaris niet tot haar gericht was. [verweerder 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte en/of op onbegrijpelijke wijze de kring van partijen die beroep kunnen instellen te eng heeft getrokken. Hij wijst er in dit verband op dat [verweerster 2] onder 21 van het beroepschrift een zelfstandig belang bij het beroep heeft gesteld en toegelicht. De rechtbank heeft dit zelfstandig belang van [verweerster 2] ook onderkend, blijkens haar beslissing dat [verweerster 2] (mogelijk) rechten kan doen gelden op een nabestaandenpensioen. De beschikking van de rechter-commissaris was dan ook tevens gericht aan [verweerster 2] . De rechter-commissaris was van het belang van [verweerster 2] op de hoogte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395, en de alinea staat in dat document op bytes 81691 tot 82629.