Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 2.16. Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:523.

Uit het voorgaande volgt dat niet elke aanspraak op een ‘pensioenvoorziening’ is aan te merken als een hoogst persoonlijk recht dat buiten de boedel valt. Hiermee is nog niet de vraag beantwoord wanneer een recht op een pensioenvoorziening wél moet worden aangemerkt als een ‘hoogst persoonlijk recht’ dat buiten de boedel valt. Mijns inziens kan hiervan slechts in uitzonderingsgevallen sprake zijn. Immers, voorop staat, zoals hiervoor is aangegeven, dat een schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden. Bovendien heeft de wetgever met de invoering van art. 22a lid 1 en onder a Fw een specifieke regeling getroffen voor de situatie waarin een curator een levensverzekering wenst te doen afkopen. Binnen deze wettelijke regeling wordt rekening gehouden met zowel het belang van de gefailleerde verzekeringnemer als met het belang van diens schuldeisers. Er bestaat dus, ook naar de opvatting van de wetgever, geen reden om een levensverzekering geheel buiten het faillissement te houden met een beroep op het (vermeende) hoogst persoonlijke karakter ervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395, en de alinea staat in dat document op bytes 27952 tot 29087.