Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Onder 2.23. Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:523.

De klacht in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep – onderdeel 7 van het cassatiemiddel – is gericht tegen rov. 1.3 en 3.3 van de tussenbeschikking, waarin de rechtbank overweegt dat het beroepschrift van [verweerder 1] en [verweerster 2] op 15 juli 2015 is ontvangen. De rechtbank heeft overwogen dat het beroep tijdig is ingesteld. Het onderdeel voert aan dat de beslissing van de rechtbank onbegrijpelijk is, omdat het beroepschrift op 14 juli 2015 per fax door de griffie van de rechtbank is ontvangen. De klachten in onderdeel 7 zijn voorwaardelijk ingesteld, namelijk indien en voor zover de Hoge Raad ambtshalve de ontvankelijkheid van [verweerder 1] en [verweerster 2] in het hoger beroep bij de rechtbank zou onderzoeken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c17c12d48b8c44870e454d717f4c6e82ef72dfca51fe79e846f6a5d55d35395, en de alinea staat in dat document op bytes 37829 tot 38619.