Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:525.

Aan de grieven 2 en 3 ligt de opvatting ten grondslag dat de vordering van de bank op de vennootschap is verjaard, nu niet is gesteld of gebleken dat de bank de verjaring tegenover de vennootschap na 6 april 2005 tijdig heeft gestuit. De grieven falen, aangezien de verjaringstermijn tegen de niet meer bestaande vennootschap ook zonder stuiting is voortgelopen. Het hof merkt nog op dat nu [eiser] zich heeft beroepen op verjaring, de rechtbank gehouden was dat verjaringsverweer te toetsen aan de relevante wettelijke regels, waaronder artikel 2:23c BW. Omdat uit de stellingen van [eiser] voortvloeit dat de vordering van de bank op de vennootschap nog niet kan zijn verjaard, doet niet ter zake of de bank het (onjuiste) standpunt van [eiser] daarover heeft weersproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 9333 tot 10120.