Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:525.
Het cassatiemiddel neemt tot uitgangspunt dat aan toepassing van art. 2:23c lid 2 BW alleen wordt toegekomen ingeval daadwerkelijk sprake is van herleving van de vennootschap in de zin van art. 2:23c lid 1 BW. Voor dat standpunt valt wel iets te zeggen. De regel van lid 2 staat in hetzelfde wetsartikel als de regel van lid 1. In lid 2 staat bovendien: “ had opgehouden te bestaan” (curs. A-G). Dat lijkt te zien op de situatie dat daadwerkelijk herleving heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 20238 tot 20768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78 | shasum -a 256