Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:525.

Toch volg ik het standpunt van het cassatiemiddel niet. Mijns inziens is lid 2 van art. 2:23c BW ook van betekenis wanneer, zoals in het onderhavige geval, van herleving (nog) geen sprake is. Waar het om gaat is dat, gelet op de mogelijkheid van herleving, zich een echte voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering van Rabobank op de – niet bestaande – vennootschap niet voordoet . De door het cassatiemiddel gehuldigde opvatting zou ertoe leiden dat een eenmaal voltooide verjaringstermijn op een later moment (namelijk na herleving van de vennootschap) toch niet voltooid kan blijken te zijn geweest. Dat lijkt mij ongewenst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 20849 tot 21566.