Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:525.

Ook vanuit het perspectief van de overeenkomst van borgtocht bestaan er wat mij betreft geen goede redenen voor het aanvaarden van het door het cassatiemiddel verdedigde standpunt. Zoals hiervoor vermeld, beschermt art. 7:853 BW de borg tegen onmogelijkheid van regres op de hoofdschuldenaar wegens verjaring van de vordering van de schuldeiser op de hoofdschuldenaar. Die situatie doet zich hier niet voor: dat de eventuele regresvordering van [eiser] niet geldend gemaakt kan worden komt doordat de vennootschap bij afwezigheid van baten heeft opgehouden te bestaan en niet doordat de vordering van Rabobank op de vennootschap is verjaard. Bovendien geldt, als gezegd, voor de vordering op de borg een separate verjaringstermijn. Niet gezegd kan daarom worden dat, in de benadering van het hof, het rechtszekerheidsbelang van [eiser] als schuldenaar in het gedrang komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 21647 tot 22596.