Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 3.20. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:525.

Anders dan in de onderhavige zaak lag in de zaak van het arrest van 6 december 2013 niet de vraag voor of, gelet op de verlengingsgrond van art. 2:23c lid 2 BW, wel van voltooiing van de verjaring van een vordering op een niet meer bestaande vennootschap sprake kan zijn. Mijns inziens is het arrest, gelet hierop, niet bepalend voor de onderhavige zaak. Dat de Hoge Raad in het arrest van 6 december 2013 heeft geoordeeld dat stuiting van de verjaring van een vordering op een vennootschap die heeft opgehouden te bestaan, mogelijk is (via toepassing van art. 54 lid 3 en 4 Rv), betekent niet dat dat die stuiting ook (altijd) nodig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d94a8a2911408e9434c70fa846cd7cda2ac7fbc1ce64717234e20c8a175ad78, en de alinea staat in dat document op bytes 24999 tot 25783.