Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017
Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:526.
Het verzoek de surseances in te trekken en direct de faillissementen uit te spreken is – in eerste aanleg – ingediend door zowel schuldeisers als de bewindvoerders. Zij hebben aangevoerd dat (de besturen van) PTIF en Oi Coop onvoldoende meewerken met de bewindvoerder en teveel gericht zijn op de belangen van het Oi-concern als geheel. Het vertrouwen van de schuldeisers ontbreekt. Faillietverklaring is volgens de betrokken schuldeisers en de bewindvoerders wenselijk omdat de faillissementscurator een sterkere positie heeft dan de bewindvoerder in surseance. In surseance verliest de schuldenaar niet het beheer en de beschikking over de boedel, alleen het vrije beheer en de vrije beschikking. De bewindvoerder is afhankelijk is van de medewerking van de schuldenaar. De schuldenaar kan niet handelen buiten de bewindvoerder om, maar andersom ook niet. Dit is anders in faillissement: de schuldenaar verliest het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel (art. 23 Fw).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/988f4447dd41bbd0d787eb27eb705936624cd659f09b95ec5e3433c74226f217. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 988f4447dd41bbd0d787eb27eb705936624cd659f09b95ec5e3433c74226f217, en de alinea staat in dat document op bytes 33553 tot 34687.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/988f4447dd41bbd0d787eb27eb705936624cd659f09b95ec5e3433c74226f217 | shasum -a 256