Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:526.

Tot slot van deze inleiding een opmerking over de aard van de procedure. Op procedures in het insolventierecht zijn de gewone beginselen en regels van het burgerlijk procesrecht niet onverkort van toepassing. Insolventieprocedures kenmerken zich onder meer doordat zij zijn gericht op een snelle beslissing. Dat uit zich bij voorbeeld in korte appel- en cassatietermijnen. Ook zijn de normale bewijsregels niet of niet onverkort van toepassing. De rechter neemt zijn beslissing doorgaans op basis van een “aannemelijkheidsoordeel”. Ik zou willen aannemen dat, hoewel de rechter zijn beslissing vanzelfsprekend deugdelijk moet motiveren, aan deze motivering toch minder hoge eisen kunnen worden gesteld dan in een gewone civiele procedure. Het voorgaande geldt ook voor procedures met betrekking tot surseance van betaling en dus ook voor de procedure op grond van art. 242 Fw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/988f4447dd41bbd0d787eb27eb705936624cd659f09b95ec5e3433c74226f217. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 988f4447dd41bbd0d787eb27eb705936624cd659f09b95ec5e3433c74226f217, en de alinea staat in dat document op bytes 35847 tot 36868.