Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Onder 4.19. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:528.

Onderdeel IV richt rechts- en motiveringsklachten tegen rov. 4.6 van de beschikking van het hof. Het onderdeel klaagt dat het oordeel in rov. 4.6 dat sprake is van een daad van beheer of beschikking en zodoende voldaan is aan de intrekkingsgrond van art. 242 lid 1 sub 3 Fw blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting (mede in het licht van art. 228 lid 1 Fw) dan wel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd. Het hof maakt niet duidelijk op welk 'voorstel tot afstand van haar vorderingen’ rov. 4.6 betrekking heeft. Dit kan zowel het Nederlandse ontwerpakkoord als het Braziliaanse RJ-Plan zijn, nu het Nederlandse akkoord een spiegeling inhoudt van het Braziliaanse RJ-Plan. Indien dit oordeel betrekking heeft op het Nederlandse ontwerpakkoord, is het hof daarmee uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. De schuldenaar is bevoegd om gedurende de surseance een akkoord aan te bieden. Hiervoor is instemming van de bewindvoerder niet vereist (art. 252 Fw).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c, en de alinea staat in dat document op bytes 53351 tot 54330.