Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Onder 4.29. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:528.

De betrokken onderdelen gaan er blijkbaar vanuit dat het hof de aanbeveling van de rechtbank in rov. 8.20 heeft beschouwd als een door de rechtbank opgelegde bepaling zoals bedoeld in art. 242 lid 1 sub 4 Fw is en dat het hof zijn oordeel heeft gebaseerd op schending van deze bepaling. Ik meen echter dat het hof het andere deel van art. 242 lid 1 sub 4 Fw als dragende grond heeft gebruikt: nalaten te doen wat naar het oordeel der bewindvoerders door hem in het belang des boedels moet worden gedaan. Ik verwijs naar het slot van rov. 4.12. Dit nalaten van Oi Coop heeft het hof in rov. 4.12 en 4.13 beschreven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c, en de alinea staat in dat document op bytes 63084 tot 63711.