Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017
Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:528.
Dit brengt met zich dat het geval van sub 2 geen zelfstandige betekenis zou hebben uitgaande van de lezing van de rechtbank, hetgeen de wetgever niet beoogd zal hebben. Het ligt ook niet in de rede dat de wetgever niet mogelijk heeft willen maken dat de surseance beëindigd kan worden, indien de bewindvoerder tijdens zijn werkzaamheden handelen of nalaten van de schuldenaar voorafgaand aan de surseance die leiden tot benadeling van de schuldeisers, heeft ontdekt. In een dergelijk geval “verdient” de schuldenaar in beginsel niet een uitstel van betaling van zijn schuldeisers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c, en de alinea staat in dat document op bytes 16173 tot 16771.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/deaf6e2823895d765552eae90b1bf4087267fa4122a724c1ae3f1e2ff9939b5c | shasum -a 256