Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017
Onder 6.24 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:546.
Zoals ik de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het optreden van belanghebbende begrijp, kunnen twee respectievelijk drie fasen worden onderscheiden. Ik geef daarbij onmiddellijk toe dat deze weergave van de gang van zaken niet precies zo is vastgesteld door het Hof. In fase 1 start belanghebbende de juridische procedure ex artikel 3:305a BW. In aansluiting op een rechterlijk vonnis ex artikel 3:305a BW starten belanghebbende en het aangesproken bedrijf telkens onderhandelingen teneinde een ‘vrijwillige’ schikking te bereiken (fase 2). Fase 2 wordt (al dan niet) afgerond met een schikking. Na fase 2 volgt soms nog fase 3, die van de afwikkeling van de schikking. Ik vermoed dat de in geding zijnde voorbelasting op de kosten van de juridische acties zowel ziet op fase 1 als op fase 2. Zoals gezegd meen ik dat fase 1 behoort tot de niet-economische activiteit van belanghebbende. Dat de voorbelasting op de kosten van fase 3 aftrekbaar is, is tussen partijen geen geschilpunt. Indien het verwijzingshof oordeelt dat de ‘schikkingsvergoeding’ geen belaste vergoeding is, is de voorbelasting op de juridische kosten toerekenbaar aan zowel fase 1 als fase 2 niet aftrekbaar. Mocht het verwijzingshof oordelen dat de ‘schikkingsactiviteiten’ belaste handelingen zijn, dan betekent dat dat op het moment dat fase 1 overgaat in fase 2, belanghebbende gaat optreden als belastingplichtige. De kosten van de juridische acties, waarvan belanghebbende onder meer ter zitting bij de Rechtbank heeft verklaard dat het nagenoeg uitsluitend gaat om de kosten van extern ingewonnen juridisch advies en kosten van advocaten voor het voeren van procedures, dienen dan te worden gesplitst in een deel dat toerekenbaar is aan fase 1 en een deel dat toerekenbaar is aan fase 2. De fase-1 voorbelasting is niet aftrekbaar. Deze kosten worden immers gemaakt voor een niet-economische activiteit. Voor zover de kosten toerekenbaar zijn aan fase 2, is de voorbelasting op kosten in beginsel wel aftrekbaar, ook als het uiteindelijk niet tot een schikking komt of als belanghebbende voor zichzelf geen vergoeding weet te bedingen. Die elementen zijn dan immers, als het goed is, al meegewogen bij de vraag of belanghebbende voldoet aan het ‘duurzame-opbrengstcriterium’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2dc8cd6fa3e336ca6a59398b0c7a77b4072f3f5c8f077bbfcc3fcae3b298163. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2dc8cd6fa3e336ca6a59398b0c7a77b4072f3f5c8f077bbfcc3fcae3b298163, en de alinea staat in dat document op bytes 78289 tot 80581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2dc8cd6fa3e336ca6a59398b0c7a77b4072f3f5c8f077bbfcc3fcae3b298163 | shasum -a 256