Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Onder 5.16. Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:553.

“(…) Met de rechtbank is het hof van oordeel dat voor een voldoende specifieke wilsuiting niet nodig is dat degene die toestemming verleent op dat moment reeds bekend is met de inhoud van de gegevens die zullen worden uitgewisseld. Zeker wanneer het doel van de gegevensuitwisseling op grond van het HWD (waar de voornaamste bezwaren tegen worden geuit) in ogenschouw wordt genomen, geldt immers dat het op voorhand moeilijk is om te voorzien wanneer een waarneemsituatie zich zal voordoen en welke medische klacht(en) die waarneming zal betreffen. Zolang degene die toestemming verleent weet welke gegevensset in welke situatie voor welk type zorgverleners inzichtelijk is, dient de toestemming als voldoende specifiek te worden beschouwd. Of dat laatste het geval is, komt hierna aan de orde bij de bespreking van de “informed consent”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4, en de alinea staat in dat document op bytes 161115 tot 161974.