Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Onder 8.11 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:553.

De passage die overgenomen is uit Werkdocument 131 heeft specifiek betrekking op de verwerking van persoonsgegevens betreffende gezondheid in elektronische medische dossiers. Daarin staat dat om ‘specifiek’ te zijn, een toestemming betrekking moet hebben op een duidelijk omschreven, concrete situatie waarin de verwerking van medische gegevens is voorzien. Een ‘algemene instemming’ van de betrokkene − bijvoorbeeld ten behoeve van de verzameling van zijn medische gegevens voor een elektronisch patiëntendossier en een eventuele doorgifte van deze gegevens aan zorgverleners – is volgens het Werkdocument geen toestemming in de zin van art. 2, onder h, van de Privacyrichtlijn. In dit voorbeeld is dus zowel niet nader omlijnd welke medische gegevens worden opgenomen, aan wie de gegevens worden verstrekt, en voor welk doel verwerking plaatsvindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4, en de alinea staat in dat document op bytes 187038 tot 188032.