Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Onder 9.5 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:553.

In rov. 4.1 stelt het hof vast dat VZVZ verantwoordelijke is in de zin van art. 1, aanhef en onder d, Wbp. Deze vaststelling is juist, aangezien het VZVZ is die het doel van en de middelen voor de verwerking van de medische persoonsgegevens vaststelt. Dat VZVZ verantwoordelijke is in de zin van de Wbp, is ook niet bestreden in cassatie. Dit laat echter onverlet dat het de eigen huisarts is die verantwoordelijk is voor de inhoud van de gegevens die in het HWD worden opgenomen. Het is immers de huisarts die uit hoofde van de dossierplicht van art. 7:454 BW gehouden is aantekening te houden van de medische gegevens van de patiënt en deze te bewaren (zie onder 4.37). Zoals het hof in rov. 4.1 heeft overwogen, blijft de in het dossier opgenomen informatie decentraal opgeslagen in de eigen systemen van de huisarts of de apotheek van de patiënt. In dit systeem blijft de huisarts inhoudelijk verantwoordelijk voor het dossier van de betrokken patiënt. Hiervan wordt ook uitgegaan in Werkdocument 131 van de Artikel 29-werkgroep inzake de verwerking van persoonsgegevens in elektronische medische dossiers (EMD). In dit Werkdocument worden drie organisatiemogelijkheden voor een elektronisch medisch dossier onderscheiden. Eén van die mogelijkheden is de decentrale opslag zoals in het onderhavige geval aan de orde is. Hierover wordt het volgende opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a63eb43c272193be214aa5fb4a86ed3ba10f13ab685746863bc617d10f972b4, en de alinea staat in dat document op bytes 234747 tot 236203.