Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:558.

De voorlopers van het huidige artikel 10a Wet LB 1964 kenden behalve meer heffingsmomenten, bijvoorbeeld bij verkrijging van een onvoorwaardelijke optie en vervolgens bij vervreemding daarvan binnen drie jaar (zie 4.3), blijkens de wetsgeschiedenis ook meer daarbij aansluitende genietingstijdstippen. Uit de historie van deze bepaling blijkt dat genietingstijdstip en heffingsmoment onlosmakelijk met elkaar waren verbonden in de zin dat zij – naar de bedoeling van de wetgever – steeds samenvielen. Bovendien konden zich ter zake van één optierecht meer genietingstijdstippen en (dus) evenzovele heffingsmomenten voordoen. In de memorie van toelichting bij de Wet aanpassing heffing ter zake van aandelenoptierechten is bijvoorbeeld vermeld (cursivering A-G):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f, en de alinea staat in dat document op bytes 37542 tot 38450.