Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017
Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:558.
Art. 10a, lid 1, Wet LB 1964 bepaalt evenwel dat als in het kader van een (vroegere) dienstbetrekking met een werknemer een aandelenoptierecht is overeengekomen, niet de waarde van dat recht tot het loon behoort maar hetgeen de werknemer ter zake van de uitoefening of vervreemding van dat recht geniet. Het daadwerkelijk gerealiseerde voordeel wordt belast. Deze heffingssystematiek heeft het voordeel dat lastige waarderingsvraagstukken merendeels tot het verleden behoren. Tevens wordt voorkomen dat de werknemer voor een optie wordt belast, terwijl deze optie uiteindelijk door een daling van de aandelenkoers niets blijkt op te leveren. Daar staat tegenover dat koersstijgingen tijdens de looptijd van de optie altijd als loon worden belast. Nederland loopt nu internationaal meer in de pas omdat de meeste landen op het realisatiemoment heffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f, en de alinea staat in dat document op bytes 56042 tot 56905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f | shasum -a 256