Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Onder 6.9 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:558.

-3.3.4. Aan deze slotsom kan niet afdoen dat belanghebbende vóór 1 januari 2001 op grond van de toen geldende wettelijke voorschriften - in afwijking van artikel 2, lid 1, van de Wet - niet als werknemer in de zin van de loonbelasting werd aangemerkt. Die omstandigheid staat er niet aan in de weg dat mag worden aangenomen dat belanghebbende ook voordien werd geconfronteerd met extra uitgaven wegens tijdelijk verblijf buiten zijn land van herkomst in verband met zijn tewerkstelling door een binnenlandse werkgever. De beperking van de 30%-regeling tot een periode van maximaal tien jaar berust op de gedachte dat het bedrag van deze extra uitgaven na een aantal jaren zal afnemen als gevolg van gewenning. Daarbij past het dat de maximale looptijd van de 30%-regeling wordt berekend vanaf het moment waarop een werknemer als bedoeld in artikel 2, lid 1, van de Wet feitelijk te werk wordt gesteld, ongeacht de vraag of hij toen reeds als werknemer in de zin van de loonbelasting werd aangemerkt, en ook ongeacht de vraag of de forfaitaire vergoedingsregeling voor extraterritoriale kosten toen reeds op hem van toepassing was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f, en de alinea staat in dat document op bytes 82978 tot 84123.