Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017
Onder 6.17 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:558.
8. Bij de wijziging van het uitvoeringsbesluit is het begrip ‘looptijd’ van belang, eerst als periode die in dit verband zou moeten ingeperkt, uiteindelijk als de periode waarbinnen het loon moet zijn genoten wil het de faciliteit deelachtig zijn. De 30%-bewijsregel kent een looptijd van maximaal 10 jaar. Wat is daarvan nu precies de betekenis? Art. 8 lid 2 onderdeel d Uitv.besl. LB 1965 definieert looptijd als: ʻde periode gedurende welke dit hoofdstuk voor een werknemer van toepassing isʼ. Dat is de periode waarin van een ‘ingekomen werknemer’ kan worden gesproken, ofwel de periode waarbinnen ‘verblijf buiten het land van herkomst’ in de zin van de regeling kan plaatsvinden. Een beetje een cirkelredenering als we tot uitgangspunt nemen dat het hebben van een ‘looptijd’ een voorwaarde is om aan dit hoofdstuk te voldoen, maar vooruit. Het loon in verband met de arbeid tijdens het verblijf buiten het land van herkomst behoort tot de grondslag. Als we willen weten wanneer de looptijd stopt moeten we dus weten wanneer hoofdstuk 3 Uitv.besl. LB 1965 niet (meer) van toepassing is. De belangrijkste kwalitatieve eis is dat sprake is van een ingekomen werknemer. Als een ingekomen werknemer de werknemer is die uit een ander land wordt aangeworven lijkt mij de stelling zo gek nog niet dat van een ingekomen werknemer geen sprake meer is als iemand naar dat andere land is teruggekeerd. Zó bezien stopt de looptijd als het verblijf buiten het land van herkomst stopt, de andersluidende mening van de A-G ten spijt. Voor het oplossen van het geschil in het onderhavige arrest was het niet van belang of de looptijd was gestopt of niet. Duidelijk was dat de optievoordelen gerelateerd waren aan verblijf gedurende de looptijd en dat is voldoende om ze tot de grondslag te rekenen. Als we aannemen dat de looptijd stopt als de werknemer teruggaat naar zijn land van herkomst, dan is het onderhavige loon niet tijdens de looptijd genoten en zou de nieuwe besluittekst tot de conclusie voeren dat de opties op het moment van uitoefenen niet tot de grondslag voor de 30%-regeling behoren. Ofwel: op basis van deze lezing lijkt met de wijziging per 1 januari 2012 het in de toelichting geformuleerde doel te zijn bereikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f, en de alinea staat in dat document op bytes 94040 tot 96425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f | shasum -a 256