Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:558.

9. Ingevolge artikel 13a van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt loon beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld of rentedragend wordt, dan wel vorderbaar en tevens inbaar wordt. Dat is het moment waarop de aandelenopties worden uitgeoefend. Op dat moment is het optierecht opgelost in een perfecte koopovereenkomst waarbij de werknemer het onvoorwaardelijk recht op levering van de aandelen heeft verkregen. Vanaf dat tijdstip was de werknemer niet meer slechts bevoegd, maar ook verplicht zich de aandelen te laten leveren en was de moedermaatschappij gehouden daaraan mee te werken (zie Hoge Raad, 30 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2812 en Gerechtshof ’s-Gravenhage, 4 juni 2013 ECLI:NL:GHDHA:2013:1785).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72df22d6d635ee182a3481a5b2ea4ddd639ff3b4bcc96cd52b7863a3565a078f, en de alinea staat in dat document op bytes 15923 tot 16730.