Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 4.22. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564.

Hoe nu te handelen? Voor een antwoord op deze vraag moeten wij te rade gaan bij een discipline-overstijgende wet. Noodzakelijk is eerst stil te staan bij een attitude-kwestie: de medewerkers van de verschillende disciplines in de meldkamer dienen te beschikken over een ijzeren discipline dat zij gegevens die zij horen - maar die niet voor hen zijn bestemd – niet zullen gebruiken. Dit vereist een diep vertrouwen in elkaar dat een ieder die discipline ook opbrengt! Deze gedragslijn vloeit voort uit de basiswet die over al onze privacy gaat: de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). In dit verband zijn twee pijlers onder deze wet relevant. De ene pijler onder deze wet is het principe dat er een doel moet zijn om persoonsgegevens te verzamelen. De andere pijler is het principe dat persoonsgegevens niet mogen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze zijn verzameld. Dit aspect speelt vooral een rol tussen ambulancezorgverleners enerzijds en de politie anderzijds. Patiëntgegevens worden verzameld met als doel goede gezondheidszorg te verlenen aan de patiënt. Politiegegevens worden verzameld in het kader van de taken die eigen zijn aan de wettelijke bevoegdheden van de politie. De ene discipline mag dus niet ‘aan de haal gaan’ met gegevens die door de andere discipline zijn verzameld, tenzij er een noodzaak is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 71329 tot 72687.