Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Onder 5.11. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564.
De Hoge Raad heeft in die zaak bepaald dat het uitgangspunt dat het in beginsel aan de persoon van wie het verschoningsrecht wordt afgeleid is om te bepalen of de stukken en gegevens object van de afgeleide bevoegdheid tot verschoning uitmaken, niet betekent dat in een geval waarin degene van wie uitlevering van stukken en gegevens wordt gevorderd een afgeleid verschoningsrecht heeft, deze pas aan vordering behoeft te voldoen nadat hij de verschoningsgerechtigde heeft geraadpleegd omtrent de vraag of hij ten aanzien van de uit te leveren stukken en gegevens een beroep doet op zijn verschoningsrecht. De Hoge Raad vervolgde met de overweging: “in zo een geval dient hij de gevorderde stukken en gegevens uit te leveren. De rechter-commissaris dient de verschoningsgerechtigde vervolgens in staat te stellen zich uit te laten over zijn verschoningsrecht met betrekking tot de stukken en gegevens.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 85887 tot 86806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f | shasum -a 256