Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Onder 5.14. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564.

In zijn conclusie voorafgaand aan HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV3004, NJ 2013/505 merkt mijn ambtgenoot W.H. Vellinga op dat Reijntjes in zijn noot bij HR 12 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0526, NJ 2011/537 erop wijst dat onder omstandigheden het eigen oordeel van de afgeleid verschoningsgerechtigde voorop staat en dat dit laatste gezien de huidige rechtspraak van de Hoge Raad inderdaad niet uitgesloten moet worden geacht. Voor een dergelijke uitzondering ziet hij reden in een geval waarin een ondergeschiktheidsrelatie bestaat tussen de verschoningsgerechtigde en de afgeleid verschoningsgerechtigde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 91131 tot 91824.