Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Onder 5.19. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564.
Het lijkt mij daarom dat hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen over de op art. 98 Sv gestoelde procesgang die zal moeten worden gevolgd indien een afgeleid verschoningsgerechtigde een klaagschrift indient tegen de inbeslagneming van de door hem, na een daartoe strekkende vordering, uitgeleverde stukken en gegevens, niet geldt voor een klaagschrift gericht tegen de vordering zelf. De overweging van de Hoge Raad dat “hij aan de vordering dient te voldoen” zou ik in deze context hooguit aldus willen verstaan dat de plicht om aan een dergelijke vordering te voldoen niet vervalt, zolang de rechter op klaagschrift tegen de vordering niet anders heeft beslist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 95126 tot 95803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f | shasum -a 256