Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564.
Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. Ingevolge artikel 98, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218 Sv zonder hun toestemming brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen. Volgens, vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, komt het oordeel of een bepaald document valt onder de geheimhoudingsplicht valt, in beginsel toe aan de tot verschoning bevoegde persoon. Dit standpunt dient door politie en justitie te worden gerespecteerd, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 17417 tot 18396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8018efa2f32e624efcdb12ce4ce5448a23cdeba0536c5a81698c7ee6f558c5f | shasum -a 256