Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 19.52.19 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:574.
Ik heb best een tijdje op de Goudse Rijweg gezeten. [medeverdachte 3] kwam nog bij mij langs. Ik vroeg hem toen wel waar die rippartij zou zijn. [medeverdachte 3] legde uit dat het door de tunnel was en dan de eerste of tweede rechts ofzo. Hij legde dat uit. Ik vroeg hoe laat de afspraak was. [medeverdachte 3] zei dat dat half 8 was. Oké, ik was met [betrokkene 6] in de auto. Ik noem hem [betrokkene 6] . Wij reden rond in de buurt van waar de rippartij zou gaan gebeuren toen [betrokkene 6] op een gegeven moment een sms op zijn telefoon kreeg dat hij moest bellen. Dat was een bericht van meneer X. [betrokkene 6] reed, dus ik moest bellen. Ik heb toen direct teruggebeld naar meneer X. Ik hoorde meneer X zeggen dat we moesten opkankeren en hij vroeg wat daar deden. Hij zei dat we moesten opkankeren met die auto. Ik begreep meteen dat hij ons had zien rijden. Hier schrokken we van en zijn we snel weggereden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048, en de alinea staat in dat document op bytes 46850 tot 47781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048 | shasum -a 256