Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 19.52.19 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:574.
We willen je nog wat voorhouden. Om 19:33:00 uur passeert de blauwe Opel Astra voorzien van het kenteken [GG-00-HH] de camera aan de Hoofdweg, net voorbij de kruising met de prins Alexanderlaan in de richting van het Kralingsebos. Om 19:34:44 uur ontvangt [betrokkene 6] een sms bericht van [verdachte] . De gsm van [betrokkene 6] zit dan in de buurt van het Jacob van Campenplein te Rotterdam-Prins Alexander. Om 19:35:04 uur wordt met jouw toestel gebeld naar [verdachte] . Je bent dan in de buurt van het Kralingsebos. De telefoon van [verdachte] is op dat moment in de buurt van de Hoofdweg. Omdat jij verklaart dat [betrokkene 6] , toen jij bij hem in de auto zat en jullie aan het rondrijden waren, vlak vóór de schietpartij, een sms’je kreeg van meneer X met het verzoek hem te bellen. Hierna, zo verklaarde jij, heb jij gebeld hebt met meneer X. Nu kunnen we dus niet anders concluderen dan dat de meneer die jij meneer X noemt, [verdachte] is. Klopt dat?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048, en de alinea staat in dat document op bytes 48636 tot 49616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048 | shasum -a 256