Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:574.

De medeverdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ) heeft aan [medeverdachte 2] en aan een ander verteld dat hij op zondag 5 juni 2011 een partij van 120 kilo heroïne heeft opgehaald en deze vervolgens heeft afgegeven aan [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ). [verdachte] heeft hen verder verteld dat hij [betrokkene 2] voor 50 kilo wilde rippen en aan hen gevraagd of zij wilden meedoen. [medeverdachte 2] heeft gezegd dat hij dat niet wilde, maar de ander heeft zich wel daarvoor aangeboden. [verdachte] heeft aan [medeverdachte 2] gevraagd of hij ter plaatse kon zijn, zodat hij de Engelsman kon aanwijzen aan degenen die de beroving zouden gaan uitvoeren. [medeverdachte 2] kende de Engelsman. In een later stadium heeft [medeverdachte 2] verklaard dat met de ander [verdachte] wordt bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048, en de alinea staat in dat document op bytes 55202 tot 56016.