Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Onder 5.1. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:574.

Het middel klaagt dat het hof onbegrijpelijk, dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] geen schending oplevert van art. 6 lid 3 EVRM. Daarbij wordt in het bijzonder geklaagd over het oordeel van het hof dat de verklaring van deze medeverdachte niet van beslissende betekenis is geweest voor het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte bij het bewezenverklaarde feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048, en de alinea staat in dat document op bytes 69247 tot 69727.