Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:574.
Mijns inziens heeft het hof in het onderhavige geval kunnen oordelen dat de als bewijsmiddel gebruikte verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] niet ‘sole or decisive evidence’ zijn voor het oordeel dat de verdachte betrokken is geweest bij de gepleegde diefstal gevolgd van geweld tegen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden, zoals die blijken uit de andere door het hof gebruikte bewijsmiddelen waarnaar het hof ook in zijn onder 4.4 weergegeven bewijsoverweging verwijst, kan immers het volgende worden afgeleid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048, en de alinea staat in dat document op bytes 76472 tot 77077.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dd8fbcd6bd5d880032cb7c5a431d1cfec8f9195227cfa0ef705a1edec2be048 | shasum -a 256