Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Alinea 139 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.

A: Dat [verdachte] haar zeg maar op bepaalde momenten wegstuurde. Dat hij lang met mij boven zat op de slaapkamer of op de zolder. Als zij dan naar boven kwam, dan had hij altijd wel een zin om ervoor te zorgen dat zij naar beneden ging. Hij zei dan bijvoorbeeld: "Wat doe je boven? We komen er zo aan". En dan rondde hij het op zijn manier af en dan gingen we ook naar beneden, omdat ik denk dat hij ook bang was betrapt te worden. Hij wist dat hij mijn moeder zo onder de duim had dat zij niet naar boven kwam. Maar ik denk dat mijn moeder het ook wel fijn vond om even niet met hem opgescheept te zitten en dat ze daarom ook wel graag beneden bleef.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 30194 tot 30859.