Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017
Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.
A: Ja. Hij duwde zich toen tegen mij aan. Ik was altijd een soort beetje van bang voor hem. Ik weet niet waarom. Het was altijd dubbel. Ik zag er geen kwaad in om bij hem te slapen. Hij deed altijd opdringerig. Hij kwam 's nachts ook bij mij voor gesprekken, toen ik wat ouder was. Je kon daar geen ’nee' tegen zeggen. Je moest dan gewoon luisteren. De gesprekken gingen over wat ik fout had gedaan die dag. Hij begon mij aan te raken op plekken, waar hij mij nog nooit eerder had aangeraakt. Ik vertrouwde hem daar toch ook wel in. Hoe ik precies reageerde, weet ik niet meer. Een soort van twijfelachtig iets. Hij zei dat als ik ouder werd, dan zou het lekkerder worden. Ik dacht: "Het zal wel goed zijn". Ik dacht ook dat het een positief iets was. Dus ik stemde ermee in. Ook door het opdringerige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 44572 tot 45389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa | shasum -a 256