Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Alinea 391 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.

In alle strafzaken dienen aangiftes kritisch, zorgvuldig en behoedzaam te worden bezien. Dit geldt temeer in zedenzaken, waarin doorgaans naast aangever en verdachte geen getuigenverklaringen voorhanden zijn. In de onderhavige zaak volgt het hof de conclusie van de rechtbank dat de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] als betrouwbaar zijn aan te merken. De gedetailleerdheid van de aangifte van [betrokkene 2] brengt weliswaar op zichzelf niet zonder meer de vereiste betrouwbaarheid mee, de wijze echter waarop zij misbruikincidenten telkens verbindt met objectieve en/of erkende feiten en/of persoonlijke waarnemingen (zoals de zwangerschappen van haar moeder, de verhuizingen van het gezin, de seizoenen, de sfeer in het gezin en de rol van haar stiefvader daarin, de werkkringen en ploegendiensten van haar stiefvader, de slaapgewoontes van haar ouders) doet dat - in samenhang met de door [betrokkene 2] genoemde details van het misbruik - wel. De door de raadsvrouw genoemde brief van [betrokkene 2] aan haar ouders acht het hof niet redengevend voor de beweer[de]lijke onbetrouwbaarheid van de aangifte, nog afgezien van de daarvoor door [betrokkene 2] gegeven verklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 73154 tot 74361.