Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Alinea 395 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.

In dit verband acht het hof het van belang dat [betrokkene 1] bij de raadsheer-commissaris heeft aangegeven thans in staat te zijn haar twee jaar eerder afgelegde getuigenverklaring aan te merken als een aangifte. Dat het pijnlijke proces van 'disclosure' bij [betrokkene 1] een andere uitingsvorm en fasering heeft dan bij [betrokkene 2] dient beiden niet te worden tegengeworpen. Dat geldt evenzeer voor de niet op alle onderdelen overeenkomende seksuele handelingen van verdachte, zoals die uit de verklaringen van aangeefsters naar voren komen. Niet onaannemelijk is dat deze verschillen - sommige van de jegens [betrokkene 2] gepleegde handelingen zijn extremer dan die jegens [betrokkene 1] zijn begaan - verband houden met het feit dat verdachte bij [betrokkene 1] gestopt is met het misbruik toen zij 11 jaar oud was en zichzelf ging beschadigen en bij [betrokkene 2] pas op of omstreeks haar 17e jaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 76180 tot 77103.