Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Alinea 398 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:578.

Uit de stukken valt af te leiden dat [betrokkene 1] , eveneens onwetend aangaande het misbruik van [betrokkene 2] , voor het eerst gesproken heeft over het haar overkomen misbruik toen zij in verband met haar Ioverboycontacten een gesprek had met medewerkers van het Regionaal Uitbuiting Interventie Team (RUIT). Dat was op 12 november 2013. Zie de inleiding op het informatieve gesprek op dossierpagina 63 . De moeite die ook [betrokkene 1] vervolgens heeft gehad om verder gevolg te geven aan haar 'disclosure' is reeds aan de orde geweest. In januari 2014 hebben [betrokkene 2] en [betrokkene 1] voor het eerst en uiterst globaal met elkaar gesproken over het feit dat zij beiden door hun (stief)vader seksueel waren misbruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b74c4916096cca350e2e060a0f591affd81a2f5cfd06331082053f4a17b47fa, en de alinea staat in dat document op bytes 78706 tot 79483.